Kerkonderweg laatste hoofdartikel

SAMEN VERTROUWEN EN AAN DE SLAG

Dat Darwin, één van de bedenkers van de evolutietheorie,  tweehonderd jaar geleden werd geboren is de laatste maanden  breed uitgemeten. Terecht, want hij droeg bij aan de belangrijke theorie die verklaart hoe de  natuur zich ontwikkelt door erfelijkheid en onverwachte veranderingen, mutaties.

Dat het op 10 juli vijfhonderd jaar geleden is dat de kerkhervormer Calvijn werd geboren ontgaat de  media evenmin.  In Dordrecht opende de koningin de tentoonstelling Calvijn en wij. Waarom dat  ‘wij’? Zijn wij Nederlanders echt zulke calvinisten? Nederland zou Nederland niet zijn, als dat al niet is onderzocht. Wat bleek? Onze twintigers hebben de meeste calvinistische trekjes, de sterkste C-factor. De zwakkere C-factor van ouderen doet vermoeden dat Darwins afstammingstheorie hier niet werkt.

Dat het dit jaar honderd jaar geleden is dat binnen de Hervormde Kerk de Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid zich installeerde haalt nauwelijks de media. Die Bond, greep, vierhonderd jaar na Calvijns geboorte terug op de reformator en verzette zich tegen modernisering  in de toenmalige theologie. Vooral  de invloed van het Darwinisme, honderd jaar na de geboorte van Darwin, en het  Boeddhisme werden  als  gevaren gezien.

Het Boeddhisme uit oostelijk Azië was rond 1900 in Europa bekend geworden. Sommigen, waaronder darwinisten beschouwden  godsdienst als een overleefde door mensen bedachte, niet erfelijke, activiteit. In het Boeddhisme vonden ze een hen aansprekende  levensbeschouwing zonder god. Honderd jaar later heeft het Boeddhisme in Nederland nog steeds dezelfde aantrekkingskracht.

Dat begin juni de bekendste levende boeddhist Nederland bezoekt is al wekenlang nieuws. Onze premier ontvangt de Tibetaanse leider in ballingschap, de Dalai Lama niet. Handelsbetrekkingen met China mogen niet worden geschaad, ook  niet na  zestig jaar onderdrukking van  mensenrechten in Tibet. Ook niet twintig jaar nadat op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing voor erkenning van de mensenrechten demonstrerende studenten door tanks werden platgewalst. Hoe zo, hemelse vrede, met  tanks in opdracht van een regime dat weinig op heeft met  godsdienst?

 

Maar zoals de Tweede Kamer ontmoet onze minister van buitenlandse zaken de Dalai Lama wel, niet als leider van een volk maar als geestelijk leider. Of Tibetanen en Chinezen dat  subtiele Nederlandse onderscheid tussen politiek en religie invoelen is maar de vraag. Waarschijnlijk hebben ze te weinig  C-factoren geërfd om dat te kunnen volgen. Want het Aziatisch Boeddhisme hanteert geen definities die  staat en levensbeschouwing van elkaar  scheiden. Daarom is het voor het Boeddhisme als  een religie zonder god, niet vreemd zich ook te uiten in volksreligies met  veel gedaanten compleet met tempels, heiligen, offers, gebeden, beelden, stervelingen die op weg zijn om goddelijk gelijk Boeddha te worden en monniken die zich met politiek bezighouden. Wat moet de Dalai Lama met de eeuwenoude spannende Nederlandse verhouding tussen kerk en staat? Wat moet een boeddhist, die op zichzelf is aangewezen om de eigen weg in het leven  te zoeken naar de hoogste staat die een mens kan bereiken, het nirwana, met het onderscheid tussen politiek en geestelijk? Wie op zoek is naar het Nirwana, het einde van begeerte en verwarring, probeert individueel de wetmatigheden  van actie en reactie, oorzaak en gevolg, en daarmee ook die van het Darwinisme en de C-factor te overstijgen. Die individuele verantwoordelijkheid betekent  niet dat  boeddhisten zich niets aantrekken van de wereld en haar mensen om zich heen.

Alleen al de inzet van de Dalai Lama om de mensenrechten voor zijn volk erkend te krijgen maakt dat al duidelijk. In hun handelen weten  boeddhisten echt wel de handen ineen te slaan. Maar in hun denken en mediteren over zichzelf, de medemensen en de wereld zijn ze zonder een god op zich zelf aangewezen, al hebben ze  het inspirerende voorbeeld van de enige die het Nirwana bereikte, de Boeddha. Zo zijn ze wezen, net als christenen na de Hemelvaart, maar zonder de belofte van Pinksteren die uitnodigt om gezamenlijk geïnspireerd naar elkaar te luisteren ongeacht de vele talen die er worden gesproken en om de handen ineen te slaan. Pinksteren staat haaks op een ieder voor zich en God voor ons allen. Het Pinkster vuur stookt ons op, misschien wel met wat inzet van de C-factor, om gezamenlijk het leven en de wereld leefbaar en rechtvaardig te maken en niet te berusten in erfelijke eigenschappen die we vanuit de evolutie hebben meegekregen.

Want, zoals gezang 234 bezingt laat Pinksteren ons niet verweesd achter. ‘Want al heeft hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen. Wat wij in Hem bezaten is altijd om ons heen als zonlicht om de bloemen, een moeder om haar kind.’

We staan er niet alleen voor met de genen die we uit evolutie hebben meegekregen. We mogen samen vertrouwen en samen aan de slag.